Cursus Nederlands Woordsoorten Andere woordsoorten

Andere woordsoorten

Woorden die niets bijdragen aan de structuur van een zin zijn meestal tussenwerpsels. Als je ze weglaat is de zin nog steeds correct.

Ja

Het woord ja gebruik je om een positief (bevestigend) antwoord op een vraag te geven.
Ga je mee?
Ja, ik ga mee.

Als iemand het woord langzaam uitspreekt, kan het zo zijn dat hij alleen maar nadenkt. De context maakt duidelijk of dat zo is.
Ga je mee?
Ja, dat weet ik eigenlijk nog niet.

Twee keer ja zeggen drukt vaak twijfel uit.
Daar kan je je voorruit mee schoonmaken.
Ja ja. Dat geloof ik niet.

Het woord jawel is een sterkere uitdrukking dan ja.
Je hebt de voordeur niet dichtgedaan.
Jawel. Ik weet het zeker.

Nee

Het woord nee gebruik je om een negatief (ontkennend) antwoord op een vraag te geven.
Ga je mee?
Nee, ik ga niet mee.

Het hangt van de persoon af hoe woorden als zeg, ja en nee in verschillende situaties worden gebruikt.
O nee! Mijn fototoestel is gestolen.
Nee zeg! Een vlek op mijn jas .
Nee, meneer. U kunt die lift niet gebruiken.

naar boven